Ondernemers in de Donut: Hoe kan jouw bedrijf bijdrage aan een eerlijke en duurzame wereld?

In 2020 werd Amsterdam de eerste Donut Stad van de wereld toen ze Donut Economie, de theorie van econome Kate Raworth, omarmde als model om uit de corona crisis te komen. In samenwerking met Doughnut Economics Action Lab (DEAL), Circle Economy, Biomimicry 3.8 en C40 ontwikkelde ze de Amsterdam city selfie; een nullijn voor de sociale en ecologische staat van de stad op lokaal en globaal niveau. Het was de eerste poging om de Donut theorie te vertalen naar het lokaal niveau om het in te zetten voor sociale en duurzame transformatie in een stad. Het heeft sindsdien geleid tot veel activiteiten in Amsterdam door zowel de gemeente als de Amsterdam Donut Coalitie. Toch is voor velen ‘Donut Economie’ nog een abstract begrip. Wat is het precies en wat kan jij als bedrijf er mee doen? 

Het Donut Model

Het centrale idee van Donut Economie is dat we iedereen het goed moet hebben, zonder dat we daarbij over de grenzen van de planeet gaan. Dat de levenskwaliteit van ieder mens moet worden gegarandeerd, daar zijn we het al over eens. De Sustainable Development Goals (SDG) vormen samen een sociaal fundament waarin niemand tekort mag komen. Het behalen van de SDG zet echter ook een grote druk op moeder aarde. Daarom moeten we ook kijken binnen welke grenzen van de planeet we die doelen moeten halen. Onder leiding van Johan Rockström hebben een groep aardwetenschappers de 9 planetaire grenzen opgesteld, tipping points waarop de essentiële ecosystemen van moeder aarde permanent verstoord raken. Deze 9 planetaire grenzen worden wetenschappelijk breed ondersteund en vormen samen een ecologisch plafond voor menselijke activiteiten. Wanneer je het sociaal fundament (de SDG) en het ecologisch plafond (de 9 planetaire grenzen) combineert, dan krijg je het donut model.

Figuur 1: Het donut model met de 12 sociale fundamenten en 9 planetaire grenzen. Op basis van de criteria van de SDG en de planetaire grenzen kunnen we zien waar en hoeveel we sociaal tekortschieten of ecologisch voorbij de planetaire grenzen schieten. Het groene gebied, ‘de donut’, is de eerlijke en veilige leefomgeving voor iedereen binnen de grenzen van de planeet.

We krijgen nu zicht op de grote uitdaging van de 21e eeuw voor de mensheid: Hoe kunnen we voorzien in de behoeften van iedereen binnen de mogelijkheden van de planeet. Oftewel, hoe komen we in de groene donut? Sommigen van jullie zullen misschien al zien dat we uitkomen bij een economisch vraagstuk. Hoe gaan we de schaarse middelen binnen de grenzen van de planeet verdelen opdat iedereen boven het sociaal fundament uitkomt? En welke rol hebben bedrijven te spelen in hoe we hier in de economie mee omgaan?

De corporate to do list

  1. Doe niets: Sommige bedrijven doen simpelweg niets met dit vraagstuk. Ze zijn gericht op winst maken, ongeacht of dit bijdraagt of schade levert aan het behalen van de sociale en ecologische doelen.
  2. Doe wat betaald: Velen bedrijven hebben echter ook al door dat toewerken naar de donut soms loont. Gelukkige medewerkers zijn meer betrokken bij het bedrijf en presteren beter. Resources recyclen of het watergebruik in de productie terugbrengen kan zeer kostenbesparend werken.
  3. Doe je eerlijke deel: Er komt echter ook steeds meer kritiek op doen wat betaald, zeker vanuit jongeren. Wanneer iedereen enkel doet wat betaald, gaan we onze klimaatdoelen niet halen. Daarom zetten meerdere bedrijven een stap verder. Ze veranderen hun beleid, doen risicovolle investeringen in verduurzaming van hun product(ontwikkeling) en zetten zich in voor de gemeenschap ook al draagt het niet (direct) bij aan hun winst.
  4. Weest neutraal: Een volgende stap is om sociaal en ecologisch neutraal te zijn. Zoals Nick Stevens zich afvroeg; Waarom zou ik eerst geld uitgeven aan een product of dienst van een bedrijf om vervolgens te doneren aan een NGO die de negatieve impact van dat bedrijf ongedaan maakt (denk aan milieuvervuiling of slechte arbeidsomstandigheden). Waarom zorgen bedrijven niet direct zelf dat ze geen negatieve impact hebben? Bedaffair stimuleert bijvoorbeeld lokale ambacht voor een Hollandse prijs om duurzame bedden te ontwikkelen met een langere levensduur die ook volledig gerecycled kunnen worden.
  5. Geef terug aan natuur en maatschappij: Je kan nog een stap verder gaan door netto positief te zijn. Zelfs in een circulaire economie ontnemen we in eerste instantie nog grondstoffen aan de planeet en degraderen deze vaak ook gedurende het recycle proces. Dit kunnen we herstellen door terug te geven aan de natuur. Produceer meer groene energie dan je verbruikt, vergroen je bedrijfspand zodat je CO2 en water opneemt en biodiversiteit ondersteunt met behulp van Green Urban Landscapes. Geef ook terug aan de samenleving waarin jouw bedrijf zich bevind en dankzij wie jouw bedrijf mogelijk is. Doneer een deel van je winst aan bijvoorbeeld sanitaire voorzieningen in Ghana zoals TheGoodRole of aan de lokale gemeenschapsprojecten zoals Sumowala. Label je ontwerpen open source onder een commenslicentie om innovatie te stimuleren zoals Seedsgamelab. Stel het welzijn van mens en planeet tot eerste doel van je bedrijf, met winst als de positieve ‘externaliteit’, zoals Bedaffair, Sumowala en Seedsgamelab.

Naar alle waarschijnlijkheid zit je onderneming verspreid over deze to do lijst. Je gebouw is bijvoorbeeld al energieneutraal, maar nog niet elk onderdeel van je product wordt sociaal en ecologisch verantwoord bemachtigd. Of je bent goed bezig om ecologisch neutraal te zijn, maar was simpelweg nog niet zo bezig met het sociale vraagstuk. Om na te gaan waar jouw knelpunt zit om verder te komen op de corporate to do list duiken we de diepte in.

  1. Doel: Welk doel wil je behalen met je onderneming? Wil je winst genereren of impact? Wat beweegt de onderneming?
  2. Netwerken: Hoe sta je in contact met je klanten, leveranciers en het ecosysteem waarin je werkt? Zijn je klanten betrokken bij het product en eisen ze een zekere sociale en ecologische standaard? Heb je warme banden met je leveranciers en ben je op de hoogte van hun werkomstandigheden en productiebeleid? Is er veel samenwerking in het ecosysteem zoals in het GO!-NH netwerk om elkaar te helpen en scherp te houden op het duurzame doel van de onderneming? Ben je betrokken bij de lokale gemeenschap die mogelijk beïnvloed wordt door je onderneming? Neem je diverse invalshoeken mee in je besluitvormingen en zijn deze vertegenwoordigd in je team?
  3. Bestuur: Wat zijn de principes, normen en waarden van de medewerkers en hoe reflecteert zich dit in de dagelijkse praktijk? Hoe wordt succes gemeten en welk gedrag en welke activiteiten stimuleert dit? Is het doel leidend of de korte termijn winst? Hoe is dit vastgelegd in je statuten? Stimuleert de wet en regelgeving jouw duurzaam ondernemerschap of houdt het je juist tegen? Voorbeelden waar je naar kan kijken zijn B-Corp en het Zoöp bestuursmodel.
  4. Eigenaarschap: Wie bezit het bedrijf? De oprichter, een familie, aandeelhouder, de staat of de werknemers. Wie heeft zeggenschap over de uiteindelijke koers van het bedrijf en wat is hun belang?
  5. Financiën: Waar komt het geld vandaan en wat vraag men daarvoor terug? Verwacht men snel rendement of duurzaam rendement? Of is er het volledig eigenaarschap om alle winst te herinvesteren in het bedrijf voor maximale ontwikkeling en impact? Wordt er eerlijk belasting betaald (Fair Tax).

Deze bevoegheden tot actie hebben een diepgaande invloed op je positie als bedrijf om duurzaam te ondernemen. Het herinrichten van je bedrijf en van onze gehele economie om sociale en ecologische bedrijfsvoering te stimuleren vergt net als elke transformatie experimenteren en durven doen. Gelukkig draaien ondernemers daar hun hand niet voor om.

Mocht je interesse hebben om je bedrijf onder de donut loop te nemen, durf dan vooral te vragen! Door best practices met elkaar uit te wisselen komen we samen steeds dichter bij een sociale en duurzame toekomst voor iedereen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.